Koploper

het besturingsprogramma bij Zolderspoor
kopl00b

Besturing en Automatisering.

Laatste wijziging  |  03.08.2025  | 

Bij de baan van Zolderspoor wordt gebruik gemaakt van het besturingsprogramma “Koploper”.
Dit programma is ontwikkeld en geschreven door Paul Haagsma en heeft ongekend veel mogelijkheden.
Daarnaast is het programma volledig gratis en heeft het mogelijkheden die andere programma’s niet hebben.
Bij enkele programma's kun je tegen een (forse) meerprijs extra opties aanschaffen, maar halen het nog niet bij de mogelijkheden die Koploper heeft.
Het programma wordt weliswaar niet verder meer ontwikkeld, maar is zo uitgebreid en compleet, dat het volledig aan je behoeft kan voldoen.
Je zou je zelfs kunnen afvragen welke mogelijkheden nog iets toevoegen aan het programma.
Ook is er een enorme hoeveelheid kennis aanwezig op het forum en Facebook groep van Koploper.
Mocht je vastlopen of iets niet lukken, dan kun je hier hulp en informatie vragen of vinden.

Hier bespreek ik hoe bij Zolderspoor het besturingsprogramma Koploper is ingezet en wordt gebruikt.
Daarnaast worden ook de (test)bestanden in de toekomst beschikbaar om te downloaden.
Handig als je zelf er mee aan de slag wilt of wil weten hoe ik het gedaan heb.
Er zullen zeker bepaalde zaken anders of beter geregeld kunnen worden en sta dan ook open voor suggesties.
Omdat de totale baan nogal omvangrijk is, tref je ook hier een keuzemenu aan.
Zo kun je ook snel weer terugvinden hoe ik het gedaan heb.
De menu volgorde is ook gemaakt op de manier waarop ik het programma Koploper heb opgebouwd.





Menu
1: Manier van aanpak
2: Schaduwstation laag 0
3: Schaduwstation laag 1
4: Testen brengen problemen naar boven
5: Automatische lengte meting
6: Toevoegen van de snelheidsmeting








Manier van aanpak.

Voordat je überhaupt maar met Koploper aan de slag gaat, is het belangrijk dat het principe van het programma begrijpt.
Een handig document om het te leren kennen, kun je
hier vinden.
Dit document komt van de site van Etecmo waarvan ik deel 1 en 2 heb samengevoegd.
Voorop gesteld dat je begrijpt hoe koploper werkt, zul je de manier van aanpak (beter) begrijpen.
Voordat ik met Koploper aan de slag ben gegaan, heb ik een overzicht van de baan gemaakt in de vorm van een baanplan.
Het baanplan heb ik uitgewerkt in het programma Scarm.
Vervolgens heb ik het baanplan ingedeeld in blokken, waarbij wisselstraten nooit een blok vormen.
Omdat mijn baan nogal wat rijlengte heeft, was het indelen best een flinke klus.
Gelukkig kon ik gebruik maken van de mogelijkheid in Scarm, om de lengte van de trajecten te laten berekenen.
Het grote voordeel hierbij was, dat ik elk aaneengesloten traject in meerdere blokken kon indelen, waarbij (meestal) de bloklengte ook lang genoeg was voor langste treinen.

Voorbereidingen.

Voordat ik met de automatisering ben begonnen, zijn er eerst een aantal basis zaken geregeld.
Zo zijn in Koploper alle treinstellen en locomotieven ingevoerd in het locomotieven bestand (onderhouden locomotieven) en zijn ook de snelheden geijkt.
Daarnaast zijn er een aantal treintypes ingevoerd waaruit later gekozen kan worden.
Ook zijn er van de locomotieven en treinstellen foto's gemaakt die bij de locomotief gegevens zijn gebruikt.

Ijken.

Diverse malen heb ik gelezen dat mensen vragen hebben over hoe je een locomotief in snelheid moet ijken of wat de beste methode is.
Over dat laatste kan ik kort zijn: dat is een methode die voor jou het beste werkt.
Ik kan wel aangeven hoe ik tot de resultaten gekomen ben en wat naar mijn mening ook de handigste methode is (althans bij Koploper).
Vanwege de omvang en volledigheid hoe je dit in koploper kunt doen, heb ik hier een bestand van gemaakt dat je eventueel ook kunt opslaan.
Het bestand is "hier te lezen en te downloaden.
Doe er je voordeel mee.
In het kort komt het erop neer, dat je eerst de decoder zo moet instellen, dat de locomotief of treinstel op schaal zijn maximale snelheid niet kan overschrijden.
Bij de stap daarna begint het werkelijke ijken pas.

Van start.

Met de opbouw van de automatisering is gestart bij het onderste schaduwstation, laag 0.
Nogal logisch lijkt me, omdat daar ook met de bouw van de baan is begonnen.
Om zowel het rijden als de automatisering te kunnen testen is er een tijdelijke lus aangelegd in het bestaande plan.
Wat betreft de automatisering heb ik het zo gemaakt, dat bij het verwijderen van de tijdelijke lus, de impact op veranderingen minimaal zal zijn.
Op deze manier voorkom je dat je telkens grote aanpassingen moet gaan maken in Koploper of bedrading.
De manier van regeling is in Koploper voor van alle schaduwstations hetzelfde en kan als het ware gekopieerd worden.
Het enige onderlinge verschil zit hem in de lengte en aantal gebruikte sporen.
Komen we gelijk bij een toepassing, die door (voor zover ik weet) niet door andere programma’s wordt ondersteund, een dynamische regeling voor het schaduwstation.
Om van extra mogelijkheden, zoals een dynamisch geregeld schaduwstation, gebruikt te kunnen maken, moet we in Koploper de uitgebreide functies inschakelen.
Dit doe je in het scherm "Algemeen", "Instellingen per database" op het tabblad "Algemeen-1" .
Hier zet je een vinkje bij: "Uitgebreide mogelijkheden" en beantwoord je de vraag die nu verschijnt.
Nu worden in diverse schermen meer mogelijkheden geactiveerd waarmee je bepaalde zaken kunt instellen.
Dit is nodig om van de extra mogelijkheden gebruik te kunnen maken.
Bedenk wel dat dit vinkje na het inschakelen niet meer uit gezet kan worden.

In het volgende deel 2: Schaduwstation laag 0 kom ik uitgebreid terug op een "Dynamisch blokregeling".
Zoals wordt aangegeven in dat deel, wordt er gebruik gemaakt van infra-rood lichtsluizen.
Belangrijk hierbij is dat de infra-rood straal constant onderbroken moet blijven als er een trein de lichtsluis passeert.
Dit vereist een juiste (mechanische) afstelling van de sensoren
Meer over deze infra-rood lichtsluizen kun je vinden onder "Elektronica" in de sub paragraaf "Infra-rood lichtsluizen".

Inleiding.
Nu gaat het echter om de juiste instellingen die in Koploper gedaan moeten worden om het goed te laten werken.
Ik ga er nu echter vanuit dat je met het programma Koploper al een beetje bekend bent en dat je in beginsel weet hoe koploper werkt.
Als dit niet zo is, en wilt hier toch bekend mee raken, neem dan het document door zoals al in het begin al is aangegeven.




Naar boven....



Schaduwstation laag 0.

Omdat op de schaduwstations van dynamische lengte gebruik wordt gemaakt, zijn er een aantal extra gegevens nodig om het goed te laten werken.
Om te beginnen moet van de locomotieven en treinstellen de lengte worden ingevuld.
Ik heb hier de lengte genomen die je tussen het uiteinde van de koppelingen meet.
Deze vul je bij het onderdeel “onderhouden", "locomotieven” in.
De lengte van de locomotief of treinstel wordt in cm ingevuld in het vakje achter “lengte”.
In het vakje achter “draaischijf” kun je opgeven hoever de locomotief moet doorrijden om goed op de brug van de draaischijf te stoppen.
Deze afstand is na de 1e detectie (op de brug) van de draaischijf.
Als je geen gebruik maakt van een draaischijf bij automatisch rijden kun je dit gewoon op “0” laten staan.


kopl01

De volgende stap is het invoeren van de treinlengte.
De treinlengte is de lengte van de sleep die door de locomotief wordt getrokken.
Bij (zeer) lange treinen moet je ook rekening houden met de speling tussen de koppelingen.
Je moet dan ook altijd de lengte meten als alle wagons getrokken zijn.
Dit kan van enkele centimeters tot wel 15 centimeter verschillen.
Ook hier heb ik de lengte gemeten tussen de koppelingen aan het uiteinde van de stam.
Deze gegevens worden ingevuld in het rij-window van de locomotief.


kopl02

Het programma rekent nu automatisch de totale lente uit en geeft dit weer in het rij-window.

Deze gegevens heb ik alleen voor de stammen ingevoerd voor de treinen waarmee is test gereden.
Later wordt de lengte automatisch gemeten, hierover later meer.

Om een dynamische regeling goed te laten werken moet er aardig wat zaken worden ingesteld in Koploper.
Mijn opstelsporen in de schaduwstations, zijn veel langer dan de langste trein die gaat rijden.
Hoofdreden hiervoor is dat ik al mijn treinen moet kunnen "parkeren" in het schaduwstations.
Om te beginnen moet voor de dynamische regeling elk opstelspoor in het schaduwstation worden opgedeeld in 2 blokken.
Hieronder een plaatje zoals dit in het 1e en 2e deel, beide op niveau 0, van mijn schaduwstation is gedaan.


kopl03

Ter informatie:
Bovenstaande afbeelding is een tijdelijk plan wat ik getekend heb in Koploper om het schaduwstation te kunnen testen.
In de uiteindelijke Koploper tekening (dus ook het uiteindelijke plan) krijgen deze sporen in het schaduwstation dezelfde blokken en terugmeld nummers toegekend.
Blok 1 is hier een tijdelijke omloop om het schaduwstation te kunnen testen en is in het uiteindelijke plan dus niet op deze manier aanwezig.
Wel blijft blok 1 het inkomende spoor van het 1e deel van het schaduwstation.
Het tussen liggende blok 12 blijft wel in het definitieve plan aanwezig.


Nu het basisplan gereed is en de blokken op de juiste plaats staan kunnen we beginnen om voor elk blok gegevens in te voeren.
Als eerste moeten we in "Onderhouden blokken" het volgende instellen:
1. In blok 1 moet de keuze van de blokken 2, 4, 6, 8 en 10 worden gedaan op basis van optimale lengte en moet er twee blokken vooruit worden gekeken.
opm.: deze sporen mogen alleen maar in één richting worden bereden.
2: Van de blokken 2, 4, 6, 8 en 10 moet het bloktype als "Normaal blok" (= vrije baan blok) ingesteld zijn.


kopl01a

3: In blokken 2, 4, 6, 8 en 10 zullen de te verwachten bezetmelders allemaal gelijk zijn.
Afhankelijk van welke ingangen je van de bezetmelder gebruikt en met welk systeem je werkt vul je deze in.
Zelf maak ik gebruik van de S88 en zijn de ingangen verdeelt over twee modules met elk 16 meldingangen.
Omdat alle sporen bij het binnenrijden door dezelfde infra-rood melder worden bewaakt, is er voor de binnenkomst en stopmelder voor de blokken 2, 4, 6, 8 en 10 eenzelfde meldingang gebruikt.
In mij geval zit deze op de 4e ingang van de 1e terugmelder.
Hierbij is het enige verschil tussen de ingangsmelder t.o.v. de stopmelder, dat bij de stopmelder wordt vermeld dat dit bij het “vrijkomen van” de meldingang gebeurt.
Voor al deze blokken (2, 4, 6, 8 en 10) wordt dus ook hetzelfde ingevuld.
Het plaatje ziet er dan als volgt uit:




4: Voor de blokken 3, 5, 7, 9 en 11 mag elk bloktype gekozen worden
Hiervoor heb ik een bloktype "Dynamisch blok stop" voor aangemaakt.
Ik heb dit gedaan om aan dit bloktype andere blokeigeschappen te kunnen toekennen.
Zo is bijvoorbeeld de maximale snelheid voor dit bloktype ingesteld op 50km/u.
5: Ook zijn in de blokken 3, 5, 7 en 9 de te verwachten bezetmeldpunten allemaal gelijk.
Dit is namelijk het bezetmeldpunt welke is gekoppeld aan de volgende lichtsluis.
In mijn geval zit dit op de 1e ingang van de 2e terugmelder.


kopl01b

In deze blokken gebeurt er overigens iets eigenaardigs.
Indien de trein moet stoppen, zal, zodra de stopmelder wordt geactiveerd, de trein een stukje achteruitrijden om de melder weer vrij te krijgen.
Dit gebeurt straks geheel automatisch en hiervoor hoef je niets apart in te stellen.
Indien de trein mag doorrijden wordt er natuurlijk niet gestopt en wordt er ook niet achteruit gereden.

De voorgaande 5 instellingen zullen herhaald moeten worden voor de blokken 12 t/m 24.
Het volgende wijzigt dan:
blok 1 = blok12 ,
blok 2, 4, 6, 8 en 10 zijn de blokken 13, 15, 17, 19, 21 en 23,
blok 3,5,7,9, en 11 zijn de blokken 14, 15, 16, 18, 20, 22 en 24.

Omdat we in "Onderhouden blokken" bij stap 1 hebben opgegeven dat er 2 blokken vooruit gekeken moet worden en de keuze gemaakt moet wordt op basis van optimale lengte, worden er blokparen gevormd.
Van ieder blokpaar moet hier worden aangegeven dat de lengte dynamisch bepaald mag worden. We doen dit met de optie "Onderhouden dynamische bloklengte".
In het aangegeven plan geldt dit hier voor de paren 2 en 3, 4 en 5, 6 en 7, 8 en 9 en ten slotte 10 en 11 voor het 1e deel.
Voor het tweede deel geldt dit voor de paren 13 en 14, 15 en 16, 17 en 18, 19 en 29, 21 en 22 en ten slotte voor 23 en 24.


kopl06

Om te voorkomen dat de treinen erg dicht op elkaar komen te staan met het gevaar voor aankoppelen, geef je hier ook een veiligheidsmarge op.
Deze marge geldt dus als ruimte tussen de treinen in dit dynamisch blok.

Nadat dit allemaal is ingevoerd gaan we de bloklengte invoeren.
Het programma moet weten hoe lang de blokken zijn, om te kunnen bepalen welke treinen er in de blokken passen.
Dit doen we in het onderdeel "Onderhouden aanvullende blokgegevens".
Het is van belang dat de juiste maximale treinlengte van alle blokken wordt opgegeven.
In principe maakt het niet uit in welk blok van een dynamisch blokpaar dit wordt vastgelegd, maar om eenheid te houden heb ik bij ieder blok de helft van de totale lengte ingevuld.
De totale lengte is de lengte tussen de infra-rood lichtstralen.
Wel heb ik hier een marge van 10cm aangehouden, omdat treinen niet direct achter de infra-rood lichtsluis zullen stoppen.
Ook heb ik hier opgegeven dat de maximale snelheid maar 50km/u mag zijn bij geijkte snelheden en gemiddeld voor niet geijkte snelheden.
Hiermee voorkom je in ieder geval dat de treinen erg abrupt stoppen indien er gestopt moet worden.
Bij volle snelheid kunnen hierdoor koppelingen door los raken of kan de zaak ontsporen, met alle gevolgen van dien.


kopl07


Dan moet er nog duidelijk gemaakt worden welke blokken bij elkaar horen.
Dat doen we met de optie "Onderhouden blokgroepen".
De blokken 3, 5, 7, 9 en 11 moeten samen een blokgroep vormen.
Hierbij zijn de volgende opties van belang:
• Enkele treinbeweging moet zijn geactiveerd.
• Gecombineerde stopmelder moet ook zijn geactiveerd.
Ditzelfde geld voor de blokken 14, 16, 18, 20, 22 en 24.
Ook deze vormen een blokgroep.


kopl08

De belangrijkste instellingen zijn nu gemaakt.
Blijft over dat de bezetmelders voor blok 1 en 12 nog ingevuld moeten worden.
Dit zijn standaard instellingen zoals je bij een normaal blok doet.
Wel heb ik bij de stopmelder (2e melder) opgegeven dat het vorige blok vrijgegeven mag worden.


kopl09

Nu kan er proef gereden worden op het schaduwstation.
Hoe de 1e proefritten zijn verlopen kun je
dit filmpje zien.


Naar boven....



Schaduwstation laag 1

Het schaduwstation op laag 1 is qua instellingen in koploper nagenoeg hetzelfde als die van laag 0.
Alleen de sporen naar het schaduwstation liggen er iets anders bij.
Zo komt het binnenkomende spoor op dezelfde plaats binnen (voorzijde) en ligt het uitgaande spoor naast het binnenkomende spoor en niet aan de achterzijde.
De enige echte afwijking is de overgang van voorzijde naar achterzijde van het schaduwstation.
Hier is een extra aftakking gemaakt om naar het schaduwstation van laag 0 te kunnen komen.
In deze situatie zal de instelling van Koploper iets anders moeten dan op laag 0, maar verder is deze nagenoeg hetzelfde.

kopl10a

Omdat straks dezelfde locomotieven worden gebruikt als in het schaduwstation op laag 0, hoeven we daarin niets meer in te voeren.
De treinlengtes worden in eerste instantie gewist, omdat we voor de 1e testen alleen de locomotieven laten rijden.
Om überhaupt rond te kunnen (test)rijden op het schaduwstation op laag 1, moeten we het dalende spoor en stijgende spoor met elkaar gaan verbinden.
Door hier een tijdelijke lus in te leggen, kan dit eenvoudig worden gerealiseerd.

Omdat in het definitieve plan het railplan op laag 0 er iets anders uit ziet, is meteen ook dit aangepast in Koploper.
Op deze manier kan ook direct de route van het schaduwstation op laag 1 naar laag 0 worden getest.
Helaas kunnen dan de treinen niet terug keren naar laag 1 omdat hier nog geen spoorverbinding tussen ligt.
Hieronder een plaatje zoals het er in koploper dan uit komt te zien.


kopl10

Ter informatie:
Omdat in het definitieve railplan de sporen na blok 49 een tegengestelde polariteit hebben, wordt er in blok 49 een keerlus module aangesloten.
I.v.m. de mogelijkheid dat de treinlengte langer kan zijn dan het keerlusdeel, wordt er gebruik gemaakt van een extensie mogelijkheid op de keerlus module.
Hiermee kan het keerlusdeel verlengt worden en kunnen er twee blokken door de keerlusmodule geschakeld worden.
In koploper kun je dan van de mogelijkheid gebruik maken dat beide blokken leeg moeten zijn, voordat er een volgende trein naar dit blok mag.
Om nu rond te kunnen rijden, wordt er tijdelijk tussen blok 50 en 51 ook een keerlusmodule geplaatst.
In het definitieve plan zal deze laatste dus weer verdwijnen.
De blokken 53 en 54 zij fictief en doen in dit deel nog niet echt mee.


In "Onderhouden blokken" moeten we het volgende instellen:
1. In blok 25 moet de keuze van de blokken 26, 28, 30, 32 en 34 worden gedaan op basis van optimale lengte en moet er twee blokken vooruit worden gekeken.
Dit is dus hetzelfde als het schaduwstation op laag 0 echter met andere bloknummers.

2: Ook hier geld dat de blokken 26, 28, 30, 32 en 34 van het bloktype als "Normaal blok" (= vrije baan blok) moet worden ingesteld.


kopl11

3: In blokken 26, 28, 30, 32 en 34 zullen de te verwachten bezetmelders allemaal gelijk zijn.
Omdat alle sporen bij het binnenrijden door dezelfde infra-rood melder worden bewaakt, is er voor de binnenkomst en stopmelder voor de blokken 26, 28, 30, 32 en 34 eenzelfde meldingang gebruikt.
In mij geval zit deze op de 12e ingang van de 1e terugmelder, dus 1.12.
Hierbij is het enige verschil tussen de ingangsmelder t.o.v. de stopmelder, dat bij de stopmelder wordt vermeld dat dit bij het “vrijkomen van” de meldingang gebeurt.
Voor al deze blokken (26, 28, 30, 32 en 34) wordt dus ook hetzelfde ingevuld.
Het plaatje ziet er dan als volgt uit:


kopl12

4: Voor de blokken 27, 29, 31, 33 en 35 mag elk bloktype gekozen worden
Hiervoor is er een bloktype "Dynamisch blok stop" aangemaakt en wordt hier ook ingevuld.
5: Ook zijn in de blokken 27, 29, 31, 33 en 35 de te verwachten bezetmeldpunten allemaal gelijk.
Dit is namelijk het bezetmeldpunt welke is gekoppeld aan de volgende lichtsluis.
In mijn geval zit dit op de 8e ingang van de 3e terugmelder.


kopl13


Blok 36 is gelijk aan de instellingen zoals in blok12, echter met andere meld ingangen.
Daarnaast heeft blok 36 ook nog een richting naar blok 37.
Van blok 36 naar 37 kan ook op basis van optimale lengte worden ingesteld, echter met 1 blok vooruit.
blok 26, 28, 30, 32 en 34 zijn de blokken 38, 40, 42, 44 en 46,
blok 27,29,31,33, en35 zijn de blokken 39, 41, 43, 45 en 47.

Omdat we in "Onderhouden blokken" bij stap 1 hebben opgegeven dat er 2 blokken vooruit gekeken moet worden (m.u.v. blok37) en de keuze gemaakt moet wordt op basis van optimale lengte, worden er blokparen gevormd.
Van ieder blokpaar moet hier worden aangegeven dat de lengte dynamisch bepaald mag worden.
We doen dit met de optie "Onderhouden dynamische bloklengte".
Buiten de reeds aangegeven blokparen komen er nu een aantal bij.
In het aangegeven plan geldt dit hier voor de paren 26 en 27, 28 en 29, 30 en 31, 32 en 33 en ten slotte 34 en 35 voor het 1e deel.
Voor het tweede deel geldt dit voor de paren 38 en 39, 40 en 41, 42 en 43, 44 en 45 en ten slotte voor 46 en 47.


kopl14

Om te voorkomen dat de treinen erg dicht op elkaar komen te staan met het gevaar voor aankoppelen, geef je hier ook een veiligheidsmarge op.
Deze marge geldt dus als ruimte tussen de treinen in dit dynamisch blok.

Nadat dit allemaal is ingevoerd gaan we de bloklengte invoeren.
Het programma moet weten hoe lang de blokken zijn, om te kunnen bepalen welke treinen er in de blokken passen.
Dit doen we weer in het onderdeel "Onderhouden aanvullende blokgegevens".
Ook hier heb ik een marge van 10cm aangehouden, omdat treinen niet direct achter de infra-rood lichtsluis zullen stoppen.
De maximale snelheid is op 50km/u gezet bij geijkte snelheden en gemiddeld voor niet geijkte snelheden.
Hiermee voorkom je bij abrupt stoppen koppelingen los kunnen raken of de zaak kan ontsporen.


kopl15


Dan moet er nog duidelijk gemaakt worden welke blokken bij elkaar horen.
Dat doen we met de optie "Onderhouden blokgroepen".
De blokken 27, 29, 31, 33 en 35 moeten samen een blokgroep vormen.
Hierbij zijn de volgende opties van belang:
• Enkele treinbeweging moet zijn geactiveerd.
• Gecombineerde stopmelder moet ook zijn geactiveerd.
Ditzelfde geld voor de blokken 39, 41, 43, 45 en 47.
Ook deze vormen een blokgroep.


kopl16

De belangrijkste instellingen zijn nu gemaakt.
Blijft over dat de bezetmelders voor blok 25 en 36 nog ingevuld moeten worden.
Dit zijn standaard instellingen zoals je bij een normaal blok doet.
Wel heb ik bij de stopmelder (2e melder) opgegeven dat dan pas het vorige blok vrijgegeven mag worden.

Na deze verwerking in Koploper kunnen we gaan proef rijden op het schaduwstation.
Hoe deze proefritten zijn verlopen kun je in
"Proefrit 2e schaduwstation" lezen.


Naar boven....



Testen brengen problemen naar boven.

Tijdens de test met langere treinen bleek dat er in de instellingen van Koploper toch nog een tweetal problemen zich voor deden.
Het eerste probleem was dat een lange goederentrein niet van zijn plek af wilde komen.
Ondanks dat het volgende blok helemaal vrij was kwam er geen beweging in.
De rede hiervan werd al snel duidelijk.
De treinlengte was te groot en paste niet in het volgende blok (blok 36).
Dit blok heeft namelijk een lengte van maar 232cm en is ook als zodanig ingesteld.
De treinlengte was echter 9 cm meer.
Dit was ook zichtbaar in het overzicht, namelijk "treinlengte pas niet in het volgende blok" en bleef daarom dus ook staan.
Nu was dit een tussen liggend blok (blok 36, die de voor- en achterzijde van het schaduwstation met elkaar verbind) en ook wat korter is dan de rest.
De bloklengte aanpassen was niet zo'n goed idee maar er is nu ingesteld dat bij een te lange trein in dit blok deze het vorige blok bezet moet houden.
Daarmee was het eerste probleem weer snel opgelost. (Zie rode markering 1)

kopl10b

Het tweede probleem duurde even voordat ik in de gaten kreeg wat er aan de hand was.
Het gebeurde namelijk twee keer dat er twee treinen op elkaar reden in het achterste deel van het 2e schaduwstation (in blok 42).
Eerst was het vermoeden dat er iets mis zou zijn met de 1e infra-rood lichtsluis op dit deel van het schaduwstation.
Maar na-stellen had totaal geen effect.
Nu gebeurde dit ook (toevallig) een paar maal bij dezelfde locomotief in hetzelfde blok, waardoor het mogelijk aan de locomotief zou kunnen liggen, zoals start problemen.
Het vreemde was echter, dat volgens Koploper de trein al in het volgende blok (blok 43) van het schaduwstation zou moeten zijn.
En dit was niet het geval, omdat de trein nog steeds in het 1e deel van 2e schaduwstation stond (in blok 42).

kopl10c

Maar door de zaak wat beter te observeren viel mij op, dat de bewuste trein zich in het 1e deel van het 2e schaduwstation zich op een bepaald moment achteruit bewoog.
Deze beweging was echter abnormaal en zou normaal gesproken alleen kunnen in het tweede deel van schaduwstation.
Een dergelijke beweging stopt dan, indien de 2e lichtsluis weer vrij komt.
In het 1e deel kon daar geen sprake van zijn.
Wat er nu werkelijk gebeurde was het volgende: een lange goederentrein stond op het 2e deel van het spoor op het schaduwstation te wachten voor vertrek.
Daar achter stond de bewuste 2e goederentrein.
Toen de lange goedertrein vertrok en het volgende blok binnen reed, werd het vorige blok vrij gegeven.
In een normale situatie zou dus de goedertrein die achter de lange goedertrein stond te wachten een blok kunnen opschuiven.
Maar, omdat de wagons van de lange goederentrein zich nog in het dynamische deel van het schaduwstation bevonden, wordt de infrarode straal van de laatste sensor nog steeds onderbroken.
Doordat Koploper nu denkt dat de achterliggende trein de 2e sensor al heeft bereikt, gaat deze trein zicht achteruit bewegen totdat de infrarode straal weer door de sensor wordt gezien.
Dit gebeurd dus als de laatste wagon van de lange goederentrein de infrarode straal van de 2e sensor voorbij is.
Op dat moment is volgens Koploper de 2e goedertrein dus aangekomen in het 2e deel van het schaduwstation, terwijl hij in werkelijkheid nog steeds in het 1e deel staat.
Volgens Koploper is dus nu ook het 1e deel weer vrij terwijl dat in werkelijkheid dus niet zo is.
Gevolg: de daarop volgende trein, die volgens Koploper achter de 2e goederentrein kan staan, wordt naar het spoor geleid en botst boven op de 2e goederentrein.

Op zich doet Koploper het dus wel goed, maar door die lange goederentrein raakt de detectie volledig in de war.
Door nu in het vervolgblok na het schaduwstation de laatste melder te kiezen (1.15 i.p.v. 1.14) om het vorige blok vrij te geven, gaat het wel goed.
Dit blok is namelijk 350cm lang en tussen de 1e melder van dit blok en de wisselstraat zit ook nog eens zo’n 70cm.
In dit geval is dan de lange goederentrein volledig uit het schaduwstation en is de infrarode straal van de 2e sensor niet meer door deze trein onderbroken.

kopl10d

Omdat deze problemen zich voor deden tijdens de testen op het schaduwstation op laag 1, zijn de aanpassingen voor blok 36 ook doorgevoerd op blok 12 (het onderliggende schaduwstation).
Dit blok is nagenoeg even lang als blok 36 en ook hier kan een lange (goederen)trein deze problemen veroorzaken.
In het vervolg zal de regel die is toegepast op blok 36 (bij een te lange trein in dit blok het vorige blok bezet houden) worden doorgevoerd op alle blokken waarbij een te lange (goederen)trein deze problemen kunnen veroorzaken.


Naar boven....



Automatische lengte meting

Doordat er in de baan gewerkt wordt met blok- en treinlengte, is het belangrijk dat de juiste treinlengtes vermeld worden.
Een methode is natuurlijk om deze handmatig na te meten en in te voeren.
Dit invoeren doe je in het rij-window onder het tabblad "Rijgedrag", zie onderstaand voorbeeld.

kopl17a

De treinlengte is de totale lengte van de wagons, de locomotief lengte wordt daar automatisch bij opgeteld en hoef je niet mee te tellen.
Als echter de treinlengtes wisselen, denk hierbij aan bijvoorbeeld goederen treinen, is het veel handiger om de lengte van de treinen automatisch te laten meten.
Aangezien deze mogelijkheid in Koploper is te gebruiken, ligt het voor de hand dat ik dit in de baan ga opnemen.
Als je kijkt op het volgend plaatje, is deze automatische lengte meting opgenomen in blok 52.

kopl10

Links boven zie de melder 3.16 in blok 52 zitten waarbij is aangegeven dat deze voor de lengte meting is bedoeld.
Deze melder is een infra-rood lichtsluis, zoals die ook is toegepast op beide schaduwstations.
Meer over deze lichtsluis kun je vinden onder "Elektronica" in de sub paragraaf
"infra-rood lichtsluizen".
Bij de treinlengte meting zijn beide infra-rood sensoren slechts enkele cm van elkaar geplaatst.
Rede hiervoor is dat het signaal wat de melder moet afgeven, niet wordt onderbroken door de tussenruimte bij loc en/of wagons.
Een korte onderbreking zou betekenen, dat de meting ten einde is en de lengte van de trein dan niet overeenkomt met de werkelijke lengte.
Daarnaast moet je bij een automatische lengte meting rekening houden met een aantal zaken.
Zo zal Koploper de trein met een constante snelheid laten doorrijden om de lengte juist te kunnen bepalen.
Deze snelheid moet in Koploper geijkt zijn (in onderhouden locomotieven) om de juiste lengte te kunnen berekenen.
Bij niet geijkte snelheden moet door Koploper de snelheid gemeten kunnen worden en vereist dan extra meetpunten.

Invoeren van de gegevens
In Koploper moeten de gegevens worden ingevuld voor het laten functioneren van de lengte meting.
Dit doe je onder het tabblad "Onderhouden" en hierbij selecteer je onder "Baan definities" het item "Lengtemeting".

kopl17

Klik nu op de "+" om de meting een naam te geven, ik heb hier gekozen voor "lengte meting blok 52"
Vervolgens geef je het meldpunt op waar je de meting mee gaat uitvoeren, in mijn geval 3.16.

kopl18

Omdat de lengte van de melder niet meegerekend mag worden in de meting, wordt in Koploper de lengte van de (rail)melder opgegeven.
Bij een infra-rood of lichtstraal melder is de lengte van de meting eenvoudig na te meten door te bepalen wanneer de straal wordt onderbroken en wanneer de straal weer wordt gedecteerd.
Dit meten is als volgt gedaan: plaats een blanco vel papier tegen de achterwand en plaats een wagon of locomotief een 10cm voor de sensor.
Beweeg de loc of wagon langzaam richting sensor totdat de infra-rood of lichtstraal wordt onderbroken.
In mijn geval gaat dan de rode LED op de melder uit, maar is natuurlijk afhankelijk welk soort detectie circuit je hiervoor gebruikt.
Op het moment dat de infra-rood of lichtstraal wordt onderbroken stop je.
Teken nu op het blanco vel papier af waar de voorzijde van de loc of wagon was toen de lichtstraal werd onderbroken (toen de LED dus uit ging).

kopl19

Beweeg nu de loc of wagon verder totdat de infra-rood of lichtstraal weer door de sensor wordt gedecteerd en stop dan onmiddellijk.
Teken nu af waar de achterzijde van de loc of wagon was toen de sensor de infra-rood of lichtstraal weer werd gededecteerd.

kopl20

Meet nu de afstand tussen de twee aangebracht lijnen op het vel papier.
Dit is de lengte van de melder die je dus moet invullen in Koploper.
In mijn geval was dit 39 mm.

kopl21

Het is verstandig om ook de optie "Alleen als volgende blok is gereserveerd" aan te vinken om te voorkomen dat de trein kan gaan stoppen in dit blok als het volgende blok bezet is.
Met name als je met lange treinen (langer dan een bloklengte) gaat rijden, voorkom je het probleem dat de lengte meting nog niet voltooid is, als de trein moet stoppen in dit blok.
Wanneer de bezetmelder voor de lengtemeting bezet wordt, moet op de één of andere manier worden bepaald voor welke locomotief dit geldt.
Aangezien het blok slechts in één richting worden bereden, is de locomotief altijd maar in één blok.
Hierdoor kunnen we één blok aanvinken en bij "Eén blok" het bloknummer 52 invullen.

kopl22

Tot zover is alles nu ingevuld in Koploper en kunnen we gaan proefrijden met de lengte meting.
Na de eerste testen en het achteraf even nameten van de lengte, bleken er toch nog wat afwijkingen te zijn.
Deze afwijkingen waren bij één trein best wel groot, het scheelde bijna 15 cm.
De oorzaak van deze afwijkingen zat in een afwijking in de ijking van de betreffende locomotief.
Dit was snel gevonden door er een andere locomotief voor de sleep te hangen.
Toen bleek namelijk dat de lengte wel goed werd gemeten.
Rede temeer om eens te testen of dit in combinatie met een snelheidsmeting opgelost kon worden.


Naar boven....



Toevoegen van de snelheidsmeting.

Ook dit is een mogelijkheid die in Koploper gebruikt kan worden in combinatie met de lengte meting.
Dit levert een veel nauwkeurige meting op van de lengte.
Eventuele afwijkingen in de geijkte snelheden worden hiermee voorkomen.
Buiten de sensor voor de lengte meting is er nog een tweede sensor nodig voor de snelheidsmeting.
Hiervoor wordt eveneens een infra-rood lichtsluis gebruikt.
Als eerste wordt in het baanplan de 2e sensor aangebracht en in Koploper bekend gemaakt.
In onderstaande afbeelding staat deze in blok 52 aangegeven als "t.b.v. snelheidsmeting".

kopl23

Voor deze melder wordt ingang 3.15 gebruikt.
Ook hier staan de twee infra-rood sensoren enkele centimeters uit elkaar.
De afstand tussen de sensor voor de lengtemeting en de tweede sensor voor de snelheidsmeting is 1235 mm.
Een afstand die groot genoeg is om een vrij nauwkeurige de snelheid te bepalen.
Deze gegevens worden ook ingevuld in hetzelfde scherm als die van de lengtemeting.

kopl24

Na het invullen van de juiste gegevens ben ik opnieuw gaan proef rijden met trein die eerst nogal wat afweek.
Bij de proef bleek dat de lengte nu helemaal klopte.
Het fijne aan dit is, dat ik nu de lengte van alle treinen niet meer handmatig moet opmeten, dat gebeurd nu helemaal automatisch.
Vooralsnog zijn er geen plannen om dit ook elders in de baan te gaan inbouwen, omdat in de praktijk de treinen nooit zullen worden samengesteld op het schaduwstation.
Het samen stellen van goedentreinen gebeurd over het algemeen op het industrie terrein.
Voor het grootste deel is de lengte het meest van belang op het schaduwstation omdat dat dynamisch geregeld wordt.
Het is juist daar dat de lengte van een trein belangrijk is.
Nu wordt op het directe spoor naar het schaduwstation de lengte gemeten en vastgelegd in het rij-window.


Naar boven....

wordt vervolgd...